Laten we beginnen waar het vorige bericht in deze serie eindigde, de beschrijving van risicosensitiviteit. Aan het begin van de snelweg liggen drie stations die veelvuldig samenwerken. De eerste is de Amandelkern, die de alarmbel van ons brein bedient (1). Vervolgens hebben we het Zeepaard, dat een gevaararchief bijhoudt (2). Dat gebied zorgt ook voor de locatiebepaling, die bijhoudt waar risico’s zich bevinden (3). Angst, object en locatie vormen een sterke drie-eenheid in de sensitiviteit voor risico’s. Vandaar het advies om een Laatste Minuut Risico Analyse altijd op de locatie zelf te doen. Met een LMRA wordt een deel van ons werkgeheugen gereserveerd voor risicobesef en daarmee direct gekoppeld aan de omstandigheden. De kans dat we veiliger werken neemt hierdoor aanzienlijk toe.
Het 4de station aan de informatiesnelweg is het autobiografisch geheugen. Dit gebied (Posterior Cingulate Cortex) houdt onze persoonlijke ervaringen bij. Hier gaat om vragen als “ben ik dit risico eerder tegengekomen?” en “hoe is het toen afgelopen?”. De alarmbel kan hier versterkt worden door het activeren van negatieve herinneringen aan dat risico. Omgekeerd kan de kracht van de alarmbel hier ook verzwakken door gewenning. Naarmate er meer positieve ervaringen zijn rondom de afloop van een risicovolle gebeurtenis, neemt gewenning toe. Zo kunnen we aan bijna elk gevaar wennen. Daarom worden medewerkers die lang in dezelfde omgeving werken, gaandeweg minder gevoelig voor de risico’s van de taak. Het verklaart waarom oude rotten in het vak gaandeweg ongevalsgevoeliger worden.
Een beste manier om gewenning tegen te gaan is het veranderen van taak. Dit is lang niet altijd mogelijk. Het reactiveren kan ook door het zien/bespreken van een mogelijke foute afloop van een risicovolle gebeurtenis. Toolboxen kunnen hiervoor gebruikt worden. Of die boodschap impact heeft, kunnen we meten via de elektrische spanning op de huid (Galvanic Skin Response). Die vliegt omhoog zodra we een verwonding zien. Een subtiele hoeveelheid bloed kan zo bijdragen aan het in standhouden van risicobesef.
Het 5de station staat in de neurobiologie bekend als de ACC. Die heeft een drievoudige taak. Het kijkt naar het verleden en het sorteert relevante ervaringen en informatie. Daarnaast scant het de huidige activiteiten op risico’s. Tot slot onderzoekt het onze voornemens met als doel om goed voorbereid te zijn.
Dit gebied beschouwd elk risico als een activiteit met een onzekere afloop. Daar houdt het niet van. Het wil de rugzak van het verleden snel leegruimen en goed voorbereid aan de start verschijnen. Het waarschuwt ons als iets niet klopt of als er zwakke plekken in onze plannen zitten. Als je bij het verlaten van het huis twijfelt of je wel alles bij je hebt, dan is de ACC aan het werk. Onbewust weten we dan dat er iets ontbreekt, we hebben alleen nog niet door wat. Als we tijdens het avondeten plotseling beseffen dat we op het werk iets over het hoofd hebben gezien, ook dan is dit gebied aan het werk.
De ACC is gebaat bij rust, periodes waarin geen nieuwe informatie verwerkt hoeft te worden. Dan is het tijd om terug te kijken en informatie op te slaan. Ook is er gelegenheid om plannen door te nemen. Tijdens een pauze gaat dit gebied aan de slag om het werk voor te bereiden. Dit gebeurt uiteraard op een onbewust niveau. Bespreek daarom altijd voor de pauze wat je na de pauze gaat doen. Dan bereid de ACC het werk alvast voor. De koffiemachine is een geweldige uitvinding. Terwijl de medewerker ontspant, gaat de ACC volop aan de slag. Ook gedurende de nacht werkt de ACC als enige breinfunctie nog volop door. Het verwerkt dan alle prikkels van de dag en slaat de belangrijkste op. Wat bij het ontwaken niet is opgeslagen, wordt weggegooid. Slecht slapen en vergeetachtigheid gaan daarom hand in hand.
Het 6de station ligt direct boven de ogen. De VMPFC omvat een groot aantal functies die van belang zijn voor het begrijpen én voelen van risico’s. Dit gebied wil doorgronden wat er om ons heen gebeurt. Hier wordt een beeld van de werkelijkheid geconstrueerd. Hoe beter we kunnen inschatten hoe de wereld eruitziet en wat er gebeurt, hoe groter de kans dat we hierop in kunnen spelen. De VMPFC kan observaties aan elkaar relateren, logisch redeneren en conclusies trekken. Het kan potentiële risico’s in processen detecteren en het gedrag hierop aanpassen. Hiervoor is wel kennis van de situatie nodig. Het leren begrijpen waar de risico’s in het proces schuilen en hoe je die kan herkennen, is daarom een belangrijk deel van het inwerken.